Contact

SBO de Wijngaard
Jacob van Campenstraat 1
1271 LP Huizen
035-5261149

Activiteiten


Veel gestelde vragen

 

Uw vragen:


  1. Hoe meld ik mijn kind aan bij De Wijngaard?
  2. Naar welk vervolgonderwijs kan mijn kind na De Wijngaard?
  3. Waar staat de afkorting ZML voor?
  4. Waar staat de afkoring SBO voor en wat houdt dit onderwijs in?
  5. Wat wordt er bedoeld met VSO?
  6. Wat is een cluster?
  7. Wat wordt er bedoeld met Samenwerkingsverband?
  8. Het REC: Regionaal Expertise Centrum. Wat betekent dat?
  9. De Rugzak en het Leerling gebonden budget (LGF): wat houden die in?
  10. Wat betekent het dat het onderwijs "passend" is?
  11. Welke opleiding is er nodig om werkzaam te kunnen zijn in het SBO?
  12. Zijn er vacatures op De Wijngaard?
  13. Waar kan ik bezwaar aantekenen tegen een beslissing van de PCL?
  14. Hoe kunnen ouders meewerken en - helpen op De Wijngaard?
  15. Welke inhoud heeft het pestprotocol op De Wijngaard?
  16. Wat kan ik doen om vervoer naar en van school te regelen?
  17. In welke groep wordt mijn kind geplaatst?

Onze antwoorden:

  1. De Wet op het Primair Onderwijs schrijft voor dat een leerling alleen kan worden toegelaten tot een school voor speciaal (basis)onderwijs als de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)  van het samenwerkingsverband een postieve beschikking heeft afgegeven. In ‘Het Gooi e.o.’ wordt deze functie vervuld door de zogenaamde kerngroep van de PCL. Ouders kunnen een beschikking voor een van de scholen binnen de stichting CSO aanvragen. Ouders en school leveren gegevens aan (een onderwijskundig rapport, didactische resultaten en capaciteitenonderzoek) op grond waarvan de PCL al of niet een beschikking geeft. De desbetreffende school bepaalt of en wanneer er geplaatst kan worden.

    Contact gegevens PCL-groep:
    t.a.v mw. Hofman-Oosterom
    Postbus 446, 1200 AK Hilversum
    Tel:        035-53336294
  2. Veel van de leerlingen, die van de scholen van de Stichting CSO afgaan, vervolgen hun onderwijsloopbaan in het VMBO, LWOO of het Praktijkonderwijs.
    Sommige leerlingen hebben extra ondersteuning nodig om het VMBO-diploma in de wacht te slepen. Deze leerlingen kunnen leerwegondersteunend onderwijs (lWOO) krijgen.

    Voor sommige leerlingen zijn de leerwegen te hoog gegrepen. Ook met leerwegondersteunend onderwijs slagen ze er niet in om het VMBO-diploma te halen. Deze groep leerlingen kan terecht in het praktijkonderwijs.
  3. Een aparte categorie in het Nederlandse onderwijs is het speciaal basisonderwijs. Tot 1998 was deze vorm van onderwijs bekend als scholen voor kinderen met leer- en gedragsproblemen en werden de scholen onderverdeeld in:
    ZML staat voor zeer moeilijk lerenden (IQ lager dan 60). Zeer moeilijk lerenden gaan naar scholen, die vallen onder cluster 3. Binnen de stichting CSO is dat de Klimopschool.

        * Kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (het LOM-onderwijs)
        * Moeilijk Lerende Kinderen (het MLK-Onderwijs)
        * In hun ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK)Waar staat de afkorting ZML voor?
  4. Tegenwoordig wordt er niet meer gesproken van de bovenstaande indeling. Het is eigenlijk speciaal onderwijs voor kinderen, die het op een reguliere basisschool niet redden. Het leerrendement blijft bij deze kinderen achter en vaak is er ook sprake van een sterk verminderd welbevinden.

    Het Speciaal Basisonderwijs op de Wijngaard is een combinatie van vakbekwaam basisonderwijs aangevuld met specifieke leer-, gedrags- en opvoedingsexpertise.  De leerkrachten die er werken, hebben een speciale opleiding gevolgd en zijn gemotiveerd het beste uit de leerling te halen. De leerkrachten werken nauw samen met deskundigen uit verschillende disciplines, zoals een orthopedagoog, een schoolmaatschappelijk werker, een gedragsspecialist, een logopedist en een fysiotherapeut. Ook werkt het Speciaal Basisonderwijs samen in regionale netwerken en zijn er samenwerkingsverbanden met het reguliere basisonderwijs en het speciaal onderwijs.

    Elke leerling heeft baat bij structuur en dat is zeker het geval bij onze SBO-leerlingen. Structuur hoort dan ook bij de basis van De Wijngaard. Dit wordt bijvoorbeeld geboden door een vaste dagindeling en vaste regels voor alle ruimtes in en om de schoolgebouwen, maar ook door zoveel mogelijk prikkels en veranderingen te vermijden voor leerlingen die daar last van kunnen hebben. Om die reden wordt er gewerkt met kleine groepen van gemiddeld 15 leerlingen.
    Verder richten de scholen zich in het dagelijks onderwijs vooral op pro-actief pedagogisch handelen. Hierbij wordt in alle situaties gewenst gedrag bij alle leerlingen gestimuleerd en het ongewenste gedrag zoveel mogelijk genegeerd.

    Gedurende de periode dat leerlingen onderwijs volgen op De Wijngaard worden de ouders actief betrokken bij de schoolprestaties en (speciale) begeleiding van hun kind.

    Bij plaatsing van leerlingen wordt de school geacht voor elke leerling een ontwikkelingsperspectief (OPP) vast te stellen. De school volgt daarna of de leerling zich conform het ontwikkelingsperspectief ontwikkelt en maakt naar aanleiding hiervan beredeneerde keuzes in het onderwijs- en leerstofaanbod, zodat de ontwikkeling van elke leerling optimaal gestimuleerd wordt.
  5. Onze leerlingen gaan na het SBO veelal richting VMBO basis / kader, het Praktijkonderwijs en het VMBO. Een groot gedeelte van onze schoolverlaters wordt binnen het VMBO extra ondersteund. Dit is het LWOO.

    Leerlingen in het speciaal onderwijs gaan meestal na hun twaalfde naar het speciaal voortgezet onderwijs. Het vso is bedoeld voor lichamelijk gehandicapte jongeren, slechthorende/ziende jongeren, zeer moeilijk lerenden en voor langdurig zieke leerlingen van 12 tot 20 jaar.
    Op de Klimopschool wordt Voortgezet Speciaal Onderwijs geboden aan Zeer Moeilijk Lerenden.

    Dan is er ook nog een mogelijkheid voor VSO-ZMOK (Voortgezet Speciaal Onderwijs, Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen). Dit is in principe bedoeld voor die leerlingen die binnen het (speciaal) basisonderwijs structurele gedrasproblemen laten zien. Deze gedragsproblemen hebben tot leerachterstanden en remmingen in de sociaal-emotionele ontwikkeling geleid. De leerlingen zijn vaak kwetsbaar, hoewel hun gedrag vaak het tegenovergestelde lijkt uit te stralen.

    In vergelijking met het VMBO kan gesteld worden dat het VSO-ZMOK die leerlingen opneemt, die onzekerheden naar buiten toe agressief afreageren. Daarnaast neemt het VSO-ZMOK die leerlingen op die niet door het reguliere voortgezet onderwijs geholpen kunnen worden. Het onvermogen om aan die onderwijsvormen deel te nemen is gelegen in een combinatie van kindgebonden factoren, sociale factoren en andere externe factoren.

    De ondergrens van de IQ’s en leerachterstanden is die van het praktijkonderwijs. Er wordt geen bovengrens gehanteerd. Naarmate de factoren zich opstapelen, is er meer indicatie om een leerling in het VSO-ZMOK op te nemen.
  6. De 10 soorten scholen voor speciaal onderwijs zijn verdeeld in vier clusters:
        * Onder cluster 1 vallen de scholen voor visueel gehandicapte kinderen en visueel gehandicapte kinderen met een meervoudige beperking.
        * Onder cluster 2 vallen scholen voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden,  mogelijkerwijs in combinatie met een andere handicap.
        * Onder cluster 3 vallen de scholen voor leerlingen met verstandelijke (ZML) en/of lichamelijke beperkingen (Mytyl/Tyltyl) en aan leerlingen die langdurig ziek zijn (LZ).
        * Onder cluster 4 vallen de scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen zonder een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen die verbonden zijn aan pedologische instituten.
  7. Een samenwerkingsverband bestaat uit een groot aantal basisscholen en een of meer scholen voor speciaal basisonderwijs. De school voor speciaal basisonderwijs vervult binnen het samenwerkingsverband de rol van kenniscentrum. Zij vangen de kinderen op die intensieve speciale zorg nodig hebben. Ze kunnen hun zorg verbreden door bijvoorbeeld ambulante begeleiding.  Ook ondersteunen zij basisscholen in de ontwikkeling of uitbreiding van hun zorg.

    In de regio het Gooi e.o. zijn er 2 WSNS samenwerkingsverbanden:

        * SWV 30-01: basisscholen voor Openbaar en Algemeen Bijzonder onderwijs, rondom de school voor speciaal basisonderwijs Annie M.G. Schmidt (Hilversum)
        * SWV 30-03: basisscholen voor protestants-christelijk en (rooms)katholiek onderwijs rondom scholen voor speciaal basisonderwijs: Indonschool (Bussum), De Wijngaard (Huizen), Het Mozaiek (Hilversum) en de Hummelingschool (Hilversum).

    Beide samenwerkingsverbanden tellen ongeveer 13.000 leerlingen en overlappen elkaar qua voedingsgebied. De afspraken met betrekking tot de verdeling van zorg(middelen) en bekostiging van activiteiten verschillen per samenwerkingsverband. Om toegelaten te worden tot een SBO-school is een beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het betreffende verband nodig. Expertise vanuit het speciaal basisonderwijs wordt ingezet in de scholen voor regulier basisonderwijs in de vorm van o.a. onderzoek, ambulante begeleiding, scholing, training e.d.
  8. Een Regionaal Expertisecentrum (REC) is een samenwerkingsverband van  scholen voor speciaal (basis)onderwijs in een regio. Voor elk cluster van aandoeningen geldt een aparte regio-indeling. In elk cluster is een REC, dat helpt bij de indicatiestelling voor speciaal onderwijs.
    Een REC heeft de volgende taken:
    •    op verzoek van de ouders ondersteuning geven bij het indienen van een verzoek om indicatiestelling en het invullen van een aanmeldingsformulier;
    •    op verzoek van de ouders ondersteuning bieden bij het zoeken van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of een reguliere school;
    •    inrichten en in stand houden van een Commissie voor de Indicatiestelling (CvI);
    •    coördineren van ambulante begeleiding;
    •    coördineren van onderzoeksactiviteiten door scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) in de regio voor de indicatiestelling.

    REaCtys is een Regionaal Expertisecentrum voor Speciaal Onderwijs (SO) in de regio Midden-Nederland ten behoeve van leerlingen met een indicatie voor cluster 3.
    De Klimop, een school voor Zeer Moeilijk Lerende kinderen binnen de stichting CSO is een van de dertien participanten van het samenwerkingsverband REaCtys.

    Contact gegevens:
    REaCtys:
    Postbus 151, 3740 AD Baarn
    Schoolstraat 53, 3742 CD Baarn  
    Telefoon:     035-5280440
    Fax:         035-5426232
    Website:    www.reactys.nl
  9. De 'Rugzak' heet officieel 'leerlinggebonden financiering' (lgf).
    Deze financiering is mogelijk dankzij de wet op de leerlinggebonden financiering. Deze wet maakt het mogelijk dat ouders van een kind met een beperking kunnen kiezen tussen: een reguliere (gewone) school met leerlinggebonden financiering (Rugzakje) of een school voor speciaal onderwijs. Voorwaarde hiervoor is wel dat hun kind een indicatie heeft. Een indicatie moet in principe door de ouders worden aangevraagd bij een commissie voor indicatiestelling (CvI). In uitzonderlijke gevallen kan een school een indicatie aanvragen. De criteria en onafhankelijkheid van de commissies zijn bij wet geregeld. Dat betekent dat overal in het land dezelfde criteria worden gehanteerd.

    Met de indicatie kunnen ouders kiezen voor een school voor speciaal (basis)onderwijs van het type dat in de indicatiebeschikking wordt genoemd. Ouders hebben dan inspraak in het onderwijs aan hun kind wordt gegeven, omdat in overleg met hen het handelingsplan voor hun kind wordt opgesteld.
  10. Passend onderwijs staat voor maatwerk in het onderwijs. Een optimale ontwikkeling voor ieder kind, uitgaande van de mogelijkheden en rekening houdend met de beperkingen. In het kader van Passend onderwijs moet er vanuit het Ministerie OCW een dekkend continuüm van onderwijsvoorzieningen met doorgaande leerlijnen po-vo-(v)so-mbo worden gerealiseerd. Hiervoor moet een samenwerkingsverband of regio zicht hebben op de huidige expertise en aanwezige onderwijszorgvoorzieningen en de gewenste stappen richting dat dekkend continuüm. Dit betekent een aantal veranderingen in de komende jaren. Schoolbesturen krijgen allereerst de verantwoordelijkheid om niet alleen aan alle ingeschreven, maar ook aan alle aangemelde leerlingen een passend onderwijs(zorg)arrangement te bieden. Deze zorgplicht versterkt de positie van de ouders. Om goed invulling te kunnen geven aan de zorgplicht, maken de schoolbesturen in de regio afspraken met betrekking tot samenwerking. De stichting CSO heeft hiertoe een initiatiefgroep opgezet die los van de bestaande structuren de mogelijkheden tot Passend Onderwijs voor de regio Het Gooi bekijkt.
  11. Als u in het (voortgezet) speciaal onderwijs wilt werken, dan moet u een onderwijsbevoegdheid hebben voor het reguliere basis- of voortgezet onderwijs. Daarna volgt u een aanvullende opleiding. Deze aanvullende opleiding is niet verplicht om benoemd te worden op De Wijngaard. Deze kunt u ook later halen.
  12. De scholen binnen de stichting CSO zijn altijd op zoek naar invalkrachten
  13. Als ouders het niet eens zijn met een beslissing van de PCL, dan kunnen zij een bezwaarschrift indienen. De PCL vraagt vervolgens advies bij een regionale verwijzingscommissie voordat zij een beslissing op het bezwaarschrift neemt. Als ouders het met de uiteindelijke beslissing niet eens zijn, staat voor hen beroep open op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).

    Zijn er problemen binnen het samenwerkingsverband, dan kan het bevoegd gezag van een school bij de landelijke geschillencommissie 'Weer samen naar school' in beroep gaan.
  14. De Wijngaard streeft er naar samen met de ouderraad (OR) ouders zoveel mogelijk bij de school te betrekken om zodoende tot een goede samenwerking te komen tussen school en gezin. De OR is een klankbord naar het team toe. Het reglement van de Ouderraad is bij de voorzitter op te vragen.
    De ouderraad organiseert allerlei activiteiten en vieringen. De activiteiten op een rijtje gezet:

        * het verzorgen van de kennismakingsouderavond.    * het verzorgen van het St. Nicolaas feest en het versieren van de school.
        * het mede organiseren van de Indonstuif (een soort braderie op school, niet elk schooljaar).
        * het mede voorbereiden van de kerstviering.
        * het mede voorbereiden van de kerstmaaltijd.
        * het mede organiseren van de themaouderavond.
        * het meehelpen bij een schoolvoetbaltoernooi.
        * het mede voorbereiden van het afscheid van de schoolverlaters.
        * het schenken van koffie en thee bij diverse gelegenheden.

    Klassenouders
    In elke groep is een klassenouder. Deze coördineert de extra activiteiten binnen de groep; Voorbeelden: de verjaardag van de leerkracht, de kerstmaaltijd, excursies. De coördinatie van het klassenouderschap is in handen van een van de leden van de Ouderraad.
  15. Doordat er op De Wijngaard gewerkt wordt met PBS en het oefenen van sociale vaardigheden wordt het pestgedrag preventief aangepakt. Er wordt hiermee geprobeerd dit te voorkomen. Als er toch gepest wordt, hanteren wij op school een pestprotocol en kunnen we gebruik maken van een pestcontract.
  16. Sommige gemeenten verzorgen het vervoer naar en van school. Dit moet worden aangevraagd bij de afdeling Onderwijs of de afdeling Sociale zaken van de gemeente waarin u woont. De regels en voorwaarden voor vervoer verschillen per gemeente.
  17. In de maand vóór de zomervakantie worden de groepen samengesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met het individuele gedrag, het sociaal functioneren, de werkhouding, de leeftijd en het niveau t.a.v. de basisvaardigheden van de leerling (lezen, taal, schrijven en rekenen). De groepen worden zodanig samengesteld, dat een zo’n optimaal mogelijke wijze van werken kan worden verwacht. Zo zullen de lagere groepen (indien mogelijk) een kleiner aantal leerlingen hebben, ongeveer 13/14 kinderen. De hogere groepen komen uit op ongeveer 15/16/17 leerlingen. Wij maken deze keuze, omdat leerlingen in de bovenbouw meer zelfstandig kunnen werken dan leerlingen in de aanvangsgroep.
    Het "blijven zitten" komt bij ons niet voor. Een leerling zal altijd op zijn eigen niveau verder gaan. Aangezien er elk jaar ongeveer 30 kinderen naar vervolgscholen vertrekken en er weer nieuwe leerlingen geplaatst worden, is het niet zo, dat een kind automatisch naar de daaropvolgende groep doorschuift. De hierboven genoemde factoren spelen daarbij een grote rol. Soms kan het lijken, dat een leerling een groep overslaat of nog een jaar bij dezelfde leerkracht blijft.
    In bijzondere omstandigheden is het ook mogelijk dat een leerling midden in het jaar naar een andere groep gaat.
Afdrukken